LA FLÈCHE
Satanshoenders, kippen van de duivel, de aristocraat, allemaal bijnamen die aangeven wat een bijzondere uitstraling het La Flèche hoen heeft. De aristocraat uit Frankrijk, zo mogen we de La Flèche zeker wel noemen, want wat een adel straalt dit ras uit! Het meest bijzondere aan de La Flèche is zijn kop. Die valt dan ook direct op, een forse hoorntjeskam, prachtige witte oren en heel grote rode kinlellen. Vooral bij de hanen ziet dat er heel spectaculair uit. Voeg daarbij de trotse, hoog opgerichte houding, zijn glanzende, strakke verenkleed en zijn schitterende volle staart; dan staat er toch wat!
Er zijn momenteel - hoewel niet officieel - twee fokrichtingen bij de La Flèche op het vasteland: de Duitse en de Franse. Daarnaast worden er in de Engelstalige landen La Flèche gefokt, die ook weer iets afwijken van de dieren in Europa. De Duitse La Flèche is over het algemeen veel kleiner en mist doorgaans het raskenmerk: het verentoefje achter op de kop. De dieren van de originele Franse fokrichting zijn veel groter en wat grover; als speciaalclub vinden wij dat we de Franse fokrichting moeten volgen.
Historie.
Volgens de Franse standaard ontstaan in de 15de eeuw in de regio van het plaatsje La Flèche in het departement La Sarthe. Het plaatsje La Flèche vindt u 230 km. ten zuidwesten van Parijs. Dit zeer oude nutras behoort tot de oudste Europese rassen. Er is een afbeelding uit 1660 waarop een hoen staat dat sterke gelijkenis vertoont met de La Flèche. Dit afgebeelde hoen, Gallus Cornutus, is bijna zeker één van de voorouders van de La Flèche.
In 1879 beschreef Robert Oettel, Duitsland de la Flèche in 'Der Hühner oder Geflügel' dat de La Flèche kortere kamhoorntjes hadden dan de Crèvecoeur en heel lange kinlellen. Er waren toen ook al witte La Flèche. Het vlees was sappig en kortdradig, wit en vet; La Flèche was duurder dan fazant in die tijd. De dieren waren makkelijk te mesten ze hadden een goede eetlust. In de herfst begon men met het mesten.
Het type van de La Flèche was voor 1940 veel zwaarder en grover van bouw. Door kruisingen met Spaanse hoenderrassen zoals de Minorca’s is er het sierlijkere type ontstaan wat we nu kennen. Daarnaast hebben de Spaanse rassen de productie van grote witte eieren een positieve impuls gegeven. De tweede wereldoorlog is aan de La Flèche niet ongemerkt voorbij gegaan; ze waren bijna verdwenen. In Duitsland heeft men na de tweede wereldoorlog de La Flèche weer terug gefokt uit Augsburger hoenders. De eerste dieren lieten een platte blader-hoornkam zien. Veel werk werd verricht door Kurt Fischer. In 1952 kwamen de eerste dieren weer op de grote shows. Deze nieuwe afstamming verklaart -volgens mij- het grote gewichtverschil tussen de Franse en Duitse dieren.
Het Nut
De La Flèche is geen specifiek legras; je raapt hooguit zo’n 140 eieren per jaar. Volwassen hennen van het Franse type leggen eieren van ongeveer 70 gram. La Flèche hennen leggen witte eieren, daaruit kan je de conclusie trekken dat het een zuiver Europees ras is. De invloed van de Aziatische rassen heeft bij ons de bruine en getinte eieren gebracht. Naast de grootte van de bout waren de La Flèche geliefd om de kwaliteit van hun vlees, ook hun fijne beenderstelsel werd als een pluspunt ervaren. La Flèche stonden bekend om hun kortdradige, sappige vlees. Kortdradig vlees is malser en sneller gaar dan langdradig vlees.
Voorkomen.
Het meest in het oog springend bij de La Flèche is de kop. Niet groot maar wel krachtig en breed, met zoals gezegd de hoorntjeskam, maar ook zijn vooruitstekende, opengesperde neusgaten, de witte oren en grote ogen. De glanzende bevedering ligt glad en strak aangesloten tegen het lichaam. De staart is fors en rijk bevederd en wordt vrij hoog en trots gedragen. Bij de La Flèche moeten we oppassen voor de staartstructuur. De stuurveren moeten goed ingeplant zijn, niet fokken uit 'dakpanstaarten', die komen nog wel eens voor. Het standaardgewicht bij ons is 2,5 tot 3 kg. voor de haan en 2 tot 2,5 kg. voor de hen, maar in Frankrijk mag het wel een pondje meer zijn. In Frankrijk geldt geen maximum gewicht. Dat de Franse dieren zwaarder zijn merk je ook aan de geadviseerde ringmaat; bij ons haan 18 mm. en hen 16 mm. In Frankrijk zijn de poten blijkbaar veel dikker; daar wordt voorgeschreven haan 22 mm. hen 20 mm.
De kam, oren en ogen
Het meest speciale van de La Flèche is zijn hoorntjeskam; twee rechtopstaande stompe hoorntjes die wel 2 tot 3 cm. hoog kunnen worden, met daar achter het karakteristieke verentoefje. De kamhoorns moeten rond zijn en niet afgeplat. We zien graag de kamhoorns in een U vorm en niet in een V. Bij de U vorm staan de hoorntjes fier recht op, daarbij moeten ze gelijk van grootte, vorm en stand zijn. Een extra moeilijkheid: grote witte oren. Fraai afgerond van vorm, vrij van vouwen en knikken, en onbeschadigd. Op latere leeftijd slaat bij hanen met grote witte oren het wit door in het gehele gezicht, zoals we dat kennen bij de Spaanse Witwangen. Jonge hanen moeten vóórdat er zich vechtpartijen voordoen, gescheiden worden; elke pik in het witte oor geeft een blijvende beschadiging. Al lange tijd een moeilijk punt: de kleur van de ogen. De oogkleur verschilt per kleurslag, als specialclub prefereert de F.H.C. oranjerood. In de Nederlandse standaard staat donkerbruin tot geelrood van kleur; de laatst genoemde kleur vooral voorkomende bij andere dan de zwarte kleurslag van dit ras. In Frankrijk verlangt men de oogkleur rood tot roodachtig bruin, waarbij rood de voorkeur heeft.
La Fleche haan La Fleche haan
De neusdop en verentoefje
La Flèche stammen af van kuifhoenders; dit is te zien aan de opengesperde neusgaten, die het een spectaculair uiterlijk geven. Boven op de snavel zit voor de uitholling een klein bolletje kamvlees; dit is een raskenmerk en moet altijd aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor het verentoefje; een soort klein nekkuifje, in de standaard een paar kroesachtige veertjes genoemd.
Karakter
In veel publicaties wordt melding gemaakt dat de La Flèche, zoals veel hoenders van het landhoentype, zeer schuw zijn. Fokkers die veel en rustig met hun dieren omgaan vertellen dat dit niet zo is. Wat wel waar is, ze slapen het liefst buiten en dan ook nog hoog in een boom; het zijn soms net fazanten. Mijn eigen waarneming is dat ze snel verwilderen als je er weinig aandacht aan besteedt.
De kleuren.
De kleurslagen waarin de La Flèche voorkomen zijn beperkt. Bij de La Flèche zijn zwart, blauw, wit en koekoek als kleurslag erkend, maar de zwarten worden het meest gefokt. In Duitsland en Frankrijk zijn ook de parelgrijze La Flèche erkend. Blauwe dieren worden in Frankrijk in goede kwaliteit gefokt maar het is een zeer moeilijke kleurslag met zeer veel uitval. Er zijn ook witte dieren van zeer goede kwaliteit maar nog niet in ons land.
Slot.
Een toompje La Flèche, wat trots op een weitje loopt, ik begrijp niet waarom je dit zo weinig ziet; zoiets moois: die glans, die trots, is er dan toch te weinig ruimte in ons land om zo kippen te houden? Zal dat de reden zijn voor het feit dat de La Flèche zo zeldzaam zijn? Het moet wel, want aan de raseigenschappen en het ras kan het niet liggen.
La Fleche toompje
LA FLECHEKRIEL
Een mooier, sierlijker en adelijker krielras is haast niet voor te stellen. Het mooist in zijn lakenzwarte pak, de spierwitte oren en de levendige rode kopversierselen. Echt een ras voor een liefhebber van showen, hier kan de echte fokker en opfokker zijn vakmanschap laten zien. Denk niet dat het makkelijk is om een perfecte haan in de kooi te laten zien. Dat is een samenspel van licht, voer, ruimte en hokgenoten. Voldoende eiwitrijk voer om een mooie brede veer op het dier te krijgen en weer net niet te veel; wanneer de groei te snel gaat, geef dit pigmentverlies in de zwarte veren. Net genoeg licht en warmte om mooie forse kopversierselen te ontwikkelen. Als laatste geen agressieve hokgenoten die een beschadiging in de mooie witte oren veroorzaken; 1 pik is vaak al een blijvende bruine vlek. Uitdagingen genoeg zou ik zeggen.
La Fleche haan kriel La Fleche haan kriel
Historie.
De krielvorm van de La Flèche is ook een creatie die op naam van onze Oosterburen komt. Het was de heer Heinz Seebach uit het Duitse plaatsje Vechta, die ze in 1961 voor het eerst op een show liet zien. De eerste dieren werden afgewezen; ze waren vrij grof. Dat is niet verwonderlijk, want het uitgangspunt waren grote La Flèche, Duitse krielen en Rijnlanders. In 1970 zijn de La Flèche krielen officieel erkend. Er is een goed stuk werk geleverd; het zijn echt La Flèche in het klein. De La Flèche kriel is makkelijk te fokken de bevruchting is zeer goed, en men heeft weinig ruimte nodig want de raseigenschappen liggen goed vast. Zelfs bij een klein koppeltje kuikens zitten wel voldoende dieren om mee door te fokken en te showen.
Karakter
La Flèche krielen zijn zowel geschikt voor het houden in een hok, als loslopend in een grote ren of afgezette tuin. Ze blijven wel altijd alert en wat schuw en worden niet snel vertrouwelijk. Voor dieren die naar een show moeten, is vooraf laten wennen aan een kooi meer dan aan te raden.
Voorkomen.
Het uiterlijk van de La Flèche kriel is een perfecte verkleining van de grote La Flèche, met dezelfde bijzondere onderdelen als bij de grote. Het gewicht van de La Flèche kriel is 800 tot 900 gram voor de hanen, en 700 tot 800 voor de hennen. De ringmaat is 15 mm voor de hanen en 13 mm voor de hennen.
De kleuren.
De La Flèche kriel is erkend in de zwart, wit, koekoek en de gezoomd blauwe kleurslag.
IJsselstein Dirk de Jong